Blogs/columns

Gereedschapskist [Stephen King – Over leven en schrijven]

1

Het opbouwen van een verhaal is zoals een gereedschapskist. Leg je woordenschat op de bovenste plank van je gereedschapskist en doe geen bewuste pogingen om hem te verbeteren. Dit doe je natuurlijk wel als je leest – maar dat komt later. Een van de slechtste dingen die je schrijvend kunt doen, is je woordenschat opdoffen, naar lange woorden zoeken omdat jij je misschien een beetje voor korte woorden schaamt. Gebruik eenvoudige en directe woorden. Vergeet nooit de hoofdregel van de woordkeus: Gebruik het eerste woord dat je binnen schiet, mits het gepast en kleurrijk is. Als je aarzelt en nadenkt, zul je een ander woord vinden – natuurlijk zul je dat, er is altijd een ander woord en het komt ook niet zo dicht bij wat je werkelijk bedoelt.

            Het is erg belangrijk dat je precies schrijft wat je bedoelt. Het woord is alleen maar een weergave van wat je bedoelt. Ook in het gunstigste geval geeft wat je schrijft je bedoelingen niet helemaal weer. Als dat zo is, waarom zou je de dingen dan nog erger maken door een woord te kiezen dat alleen maar een vage verwantschap vertoont met het woord dat je werkelijk zou willen gebruiken? En let er gerust op of een woord wel gepast is.

(S. K. – Over leven en schrijven p. 117-118)

2

Boven in je gereedschapskist kun je ook je grammatica leggen. Je pikt de grammaticale principes van je moedertaal uit gesprekken of uit geschreven teksten op, of je doet dat niet. Wat de school je leert (of probeert te leren) is niet veel meer dan het geven van namen aan onderdelen. Als je eenmaal begint, zul je merken dat je bijna alles toch al weet.

Slechte grammatica levert slechte zinnen op. Als niemand zich meer aan die regels houdt, krijg je verwarring en misverstanden. Zelfstandige naamwoorden en werkwoorden zijn twee onmisbare delen van schrijftaal. Zonder een daarvan kan geen enkele groep woorden een zin zijn, want een zin is per definitie een groep woorden die een onderwerp (zelfstandig naamwoord) en gezegde (werkwoord) bevat. Deze serie woorden begint met een hoofdletter, eindigt met een punt en geeft een complete gedachte weer, die in het hoofd van de schrijver begint en naar het hoofd van de lezer overspringt.

            Moet je nou echt altijd complete zinnen schrijven? Welnee. Als je werk alleen uit fragmenten en zwevende bijzinnen bestaat, zal de grammatica-politie je heus niet komen ophalen. Zelfs William Strunk, de Mussolini van de retoriek, zag in hoe heerlijk plooibaar taal is. ‘Het is al vaak opgemerkt,’ schrijft hij, ‘dat de beste schrijvers de regels van retorica soms terzijde schuiven.’ Toch voegt hij daar iets aan toe wat in mijn ogen erg belangrijk is: ‘Tenzij hij er zeker van is dat het goed doet, zal [de schrijver] er waarschijnlijk goed aan doen zich aan de regels te houden.’

            Grammatica is niet gewoon een rotvak, het is de stang waaraan jij je vastgrijpt om je gedachten overeind te trekken en te laten lopen. Als jij je grammatica wilt opfrissen, kun je naar een winkel met tweedehands boeken gaan en een schoolboek over grammatica kopen…

(S. K. – Over leven en schrijven, p. 119-121)

3

Je hebt twee soorten werkwoordsvormen, actieve en passieve. Bij een actief werkwoord doet het onderwerp van de zin iets. Bij een passief werkwoord wordt er iets met het onderwerp van de zin gedaan. Het onderwerp laat het gewoon gebeuren. Je moet die passieve vorm vermijden. Ik denk dat onzekere schrijvers ook het gevoel hebben dat de passieve werkwoordvormen hun werk een zeker gezag verlenen, misschien wel iets majesteitelijks.

            De timide auteur schrijft De bijeenkomst zal om zeven uur worden gehouden, want op de een of andere manier heeft hij dan het gevoel: ‘Als je het zo stelt, zullen mensen geloven dat je het echt weet.’ Zet die verraderlijke twijfel uit je hoofd! Wees niet zo’n lafaard! Druk je schouders naar achteren, steek je kin naar voren en geef die bijeenkomst wat gezag! Schrijf De bijeenkomst is om zeven uur. Zo! Voel jij je nu niet beter?

            Ik zal niet zeggen dat een passieve werkwoordsvorm nooit op zijn plaats is. Stel bijvoorbeeld dat iemand in de keuken sterft maar ergens anders terechtkomt. Het lichaam werd uit de keuken gedragen en de op de bank in de kamer gelegd, is een redelijke manier om het te stellen, hoewel ik me nog steeds erger aan dat ‘werd gedragen’ en ‘werd gelegd’. Wat ik liever zou zien, is Freddie en Myra droegen het lichaam de keuken uit en legden het op de bank in de kamer. Waarom moet het lichaam eigenlijk het onderwerp van de zin zijn? Het is dood, verdraaid nog aan toe!

[voorbeeld:]

Mijn eerste kus zal altijd door me worden herinnerd als de kus waardoor mijn romance met Shayna werd begonnen. Een eenvoudigere manier om dit te vertellen – mooier en krachtiger – zou dit zijn:  Mijn romance met Shayna begon met onze eerste kus. Ik zal die kus nooit vergeten.

[voorbeeld:]

Hij deed de deur stevig dicht. Dat is helemaal niet zo’n verschrikkelijke zin (hij heeft in ieder geval een actieve werkwoordsvorm), maar je kunt je afvragen of [het woord] stevig wel nodig is. [beter:] Hij deed de deur dicht of Hij gooide deur dicht.

[voorbeeld:]

‘Leg dat neer! schreeuwde ze.

‘Geef dat terug,’ smeekte hij. ‘Het is van mij.’

‘Doe niet zo idioot, Jekyll,’ zei Utterson.

In die zinnen zijn schreeuwde, smeekte en zei werkwoorden van dialoogattributie. Kijk nu eens naar deze dubieuze toevoegingen:

‘Leg dat neer! schreeuwde ze dreigend.

‘Geef dat terug,’ smeekte hij angstig. ‘Het is van mij.’

‘Doe niet zo idioot, Jekyll,’ zei Utterson minachtend.

Die drie laatste zinnen zijn zwakker dan de drie eerste, en de meeste lezers zullen onmiddellijk zien waarom.

Sommige schrijvers proberen de regel tegen bijwoorden te ontwijken door de attributie vol steroïden te pompen. Het resultaat zal iedere lezer van pulpromannetjes bekend voorkomen:

‘Leg dat pistool neer, Utterson!’ knarste Jekyll.

‘Blijf me altijd kussen!’ verzuchtte Shayna.

‘Jij verrekte pestkop! slingerde Bill haar toe.

Doe die dingen niet. De beste vorm van attributie is zei, bijvoorbeeld hij zei, zij zei, Bill zei, Monica zei. Het schrijven van zei hij en zei zij is goddelijk.

(S. K. – Over leven en schrijven, p. 122-128)

4

Til het bovenste niveau uit je gereedschapskist – je woordenschat en alle grammatica. Op de laag daaronder komen de stijlelementen die ik al heb aangeroerd. William Strunk and E.B. White (The Elements of Style) bieden je het beste gereedschap (en het beste systeem van regels) dat jij je kunt wensen en beschrijven het op een eenvoudige, heldere manier. Op het einde van hun werk zeggen ze – en iedereen heeft recht op zijn of haar mening – maar ik geloof niet dat Met een hamer doodde hij Frank het ooit zal winnen van Hij doodde Frank met een hamer.

(S. K.  – Over leven en schrijven, p. 129)

Alinea’s zijn bijna even belangrijk om hun uiterlijk als om hun inhoud, ze brengen intenties in kaart. In verklarende proza kunnen (en moeten) alinea’s strak en functioneel zijn. De ideale verklarende alinea bevat een zin met een mededeling, en die wordt dan gevolgd door andere zinnen die de eerste zin verklaren of uitbreiden.

            Bij fictie zijn de alinea’s minder gestructureerd – het gaat meer om het ritme dan om de melodie. Hoe meer fictie je leest en schrijft, des te meer zul je merken dat je alinea’s zich vanzelf vormen. En dat wil je. Onder het schrijven kun je beter niet te veel over het begin en einde van alinea’s nadenken; het gaat erom dat je de natuur haar gang laat gaan. Als het je later niet bevalt, kun je er dan nog iets aan doen.

            Wendingen en ritmen van het verhaal bepalen waar elke alinea begint en eindigt.

Ik zou willen beweren dat de alinea, niet de zin, de elementaire eenheid van het schrijven is – de plaats waar samenhang begint en woorden een kans maken meer dan alleen maar woorden te zijn. Als er een versnelling moet optreden, gebeurt dat op het niveau van de alinea. De alinea is een fantastisch en flexibel instrument, dat één woord lang kan zijn of pagina’s kan doorgaan. Als je goed wilt schrijven, moet je leren een goed gebruik van alinea’s te maken. Dat betekent dat je veel moet oefenen; je moet het ritme leren.

(S. K.  – Over leven en schrijven, p. 129-134)

***

Geciteerd en samengevat uit:

Stephen King – Over leven en schrijven © 2000, 2018 Nederlandse vertaling – Uitgeverij Luitingh ~ Sijthoff B.V. Amsterdam [Oorspronkelijke titel: On Writing]

Zakariya Bosmans

Standaard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s